Nederlands | العربية
zaterdag 16 december 2017 السبت 28 ربيع الأول 1439
Fataawa
Nr61
ShaykhShaykh Saalih bin Fawzan al-Fawzan
TitelWeerlegging op diegene die slecht spreken over de metgezellen metgezellen رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمْ?
Datumvrijdag 05 februari 2016
Commentaar

Vraagsteller:

Moge Allaah je zegenen. In deze tijd is het slecht spreken over de metgezellen wijdverspreid en dat gebeurd zelfs door de studenten van kennis die tot Ahloes Soennah behoren. Wat is uw opmerking hierover?

Antwoord: Shaykh Saalih Al-Fawzaan حفظه الله:

“ Onmogelijk! Ahloes Soennah die de Soennah kennen, zullen onmogelijk slecht spreken over de metgezellen. En diegene die slecht spreken over de metgezellen zullen onwetenden en ‘wijsneuzen’ zijn die behoren tot de Ahloes Soennah. Maar de mensen van kennis en inzicht zullen nooit enige tekortkoming uiten over de metgezellen van de boodschapper صلى الله عليه و سلم. Omdat dit behoort tot het liegen over Allaah en Zijn boodschapper.

Allaah عز و جل zegt:

وَالسَّابِقُونَ الأَوَّلُونَ مِنَ الْمُهَاجِرِينَ وَالأَنصَارِ وَالَّذِينَ اتَّبَعُوهُمْ بِإِحْسَانٍ رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمْ وَرَضُوا عَنْهُ

[التوبة:100]

“ En de vooruitstrevenden en de eersten der Migranten en Hulpgevers en degenen, die hen in
goedheid volgen, Allaah heeft welbehagen in hen en zij hebben welbehagen in Hem”

( soerat At-Tawbah: 100)

En Allaah تعالى zegt:

لِلْفُقَرَاءِ الْمُهَاجِرِينَ الَّذِينَ أُخْرِجُوا مِنْ دِيارِهِمْ وَأَمْوَالِهِمْ يَبْتَغُونَ فَضْلًا مِنَ اللَّهِ وَرِضْوَانًا وَيَنْصُرُونَ اللَّهَ وَرَسُولَهُ أُولَئِكَ هُمُ الصَّادِقُونَ

[الحشر:8ٍ]

“ Een deel behoort aan de arme vluchtelingen die van hun huizen en hun eigendommen zijn verdreven, terwijl zij de genade van Allaah en Zijn welbehagen zochten en Allaah en Zijn boodschapper hielpen; dit zijn de waarachtigen”

( soerat Al-Hasj: 8)

En dit gaat over de emigreerders ( de metgezellen die met de boodschapper van Allaah naar Medina emigreerden)

En over de Ansaar ( Helpers, bewoners van Medina die de emigeerders hulp verleenden)

وَالَّذِينَ تَبَوَّءُوا الدَّارَ وَالْإِيمَانَ مِنْ قَبْلِهِمْ يُحِبُّونَ مَنْ هَاجَرَ إِلَيْهِمْ وَلَا يَجِدُونَ فِي صُدُورِهِمْ حَاجَةً مِمَّا أُوتُوا وَيُؤْثِرُونَ عَلَى أَنْفُسِهِمْ وَلَوْ كَانَ بِهِمْ خَصَاصَةٌ وَمَنْ يُوقَ شُحَّ نَفْسِهِ فَأُولَئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ

[الحشر:9]

“ En degenen die zich in de stad hebben gehuisvest en(anderen) vòòrgingen in het geloof, hebben diegenen lief, die tot hen de toevlucht nemen, en gevoelen geen behoefte in hun hart aan hetgeen hun gegeven wordt, zij geven anderen de voorkeur boven zichzelf, al verkeren zij zelf in armoede. En wie voor zijn eigen vrekkigheid wordt behoed, hij is voorzeker geslaagd.”

( soerat Al-Hasjr: 9)

En Hij zei daarna:

وَالَّذِينَ جَاءُوا مِنْ بَعْدِهِمْ

“ En degenen die na hen kwamen”

Dus na de metgezellen.

يَقُولُونَ رَبَّنَا اغْفِرْ لَنَا

“ zeggen: "Onze Heer, vergeef ons”

Dit is het standpunt van een gelovige tegenover de metgezellen.

رَبَّنَا اغْفِرْ لَنَا وَلِإِخْوَانِنَا الَّذِينَ سَبَقُونَا بِالإِيمَانِ وَلا تَجْعَلْ فِي قُلُوبِنَا غِلًّا لِلَّذِينَ آمَنُوا رَبَّنَا إِنَّكَ رَءُوفٌ رَحِيمٌ

[الحشر:10]

zeggen: "Onze Heer, vergeef ons en onze broeders, die ons
voorafgingen in het geloof, en laat geen wrok in ons hart blijven tegen de gelovigen. Onze Heer! Gij zijt inderdaad Liefderijk, Genadevol."

( soerat Al-Hasjr: 10)

Dus het is onmogelijk voor een gelovige die kennis heeft over de Qoraan en de Soennah en weet wat de status is van de metgezellen en weet wat Allaah en de boodschapper van Allaah zei over hen:

“Beledig mijn metgezellen niet. Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is, al zou één van jullie een hoeveelheid goud ter grootte van (de berg) Oehoed aan liefdadigheid uitgeven, het zou niet eens gelijk staan met één handvol van hún liefdadigheid, noch de helft ervan. (Boekhaarie en Moslim op gezag van Abie Sa’ied Al-Khoedri رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُ)

En Allaah عز و جل zei over hun beschrijving:

مُحَمَّدٌ رَسُولُ اللَّهِ وَالَّذِينَ مَعَهُ أَشِدَّاءُ عَلَى الْكُفَّارِ رُحَمَاءُ بَيْنَهُمْ تَرَاهُمْ رُكَّعًا سُجَّدًا يَبْتَغُونَ فَضْلًا مِنَ اللَّهِ وَرِضْوَانًا سِيمَاهُمْ فِي وُجُوهِهِمْ مِنْ أَثَرِ السُّجُودِ ذَلِكَ مَثَلُهُمْ فِي التَّوْرَاة

“ Mohammed is de boodschapper van Allaah. En zij, die met hem zijn, zijn hard tegen de ongelovigen en zachtmoedig onder elkander. Gij ziet hen zich buigen en nederwerpen (in gebed), Allah's genade en Zijn welbehagen zoekende - Op hun aangezicht zijn de sporen van het zich ter aarde werpen. Dit is hun beschrijving in de Torah.”

Dit is de beschrijving van de metgezellen in de Torah, dat neergezonden is op Moesa عليه السلام

وَمَثَلُهُمْ

“ En hun beschrijving”

Dus hun beschrijving.

﴿ فِي الإِنْجِيلِ ﴾

“ in het Evangelie”

In de Bijbel, dat neergezonden is op ‘Iessa عليه السلام

كَزَرْعٍ أَخْرَجَ شَطْأَهُ فَآزَرَهُ فَاسْتَغْلَظَ فَاسْتَوَى عَلَى سُوقِهِ يُعْجِبُ الزُّرَّاعَ لِيَغِيظَ بِهِمُ الْكُفَّارَ

[الفتح: 29]

is als het zaad van koren, dat zijn scheut
uitspruit, en dien versterkt, waardoor zij dik wordt en op eigen stengel komt te staan, tot vreugde der zaaiers en woede der ongelovigen.

( soerat Al-Fath: 29)

Pas op! … en woede der ongelovigen…Niemand vertoont woede en koestert haat tegenover de metgezellen behalve een ongelovige aan de hand van deze edele vers.

En het is niet toegestaan voor Ahloes Soennah dat ze in hun harten enige haat of twijfel hebben tegenover de metgezellen van de boodschapper van Allaah صلى الله عليه و سلم. Enkel de huichelaars hebben dit. Niemand koestert haat tegenover hen behalve de huichelaars. En hun vijanden ( van de metgezellen) de sjiieten de raafidah, diegene die de Islaam hebben verwesterd. En ze weten dat deze religie naar ons werd overbracht door de overleveringen van de metgezellen van de boodschapper van Allaah صلى الله عليه و سلم. Deze religie werd verspreid door de strijd die de metgezellen van de boodschapper van Allaah hebben gevoerd. En daardoor koesteren ze haat tegenover hen. Omdat ze samen hebben gestreden met de boodschapper van Allaah صلى الله عليه و سلمen diegene die na hem kwamen ( de rechtgeleide khaliefen). Ze hebben deze religie in het westen en het oosten verspreid. Ze nodigden ernaar uit en onderwezen de mensen. En dit is de reden waarom ze haat koesteren tegenover de metgezellen.

Vraagsteller:

We zien veel studenten die geen belang hechten aan de fundamenten van Ahloes soennah wa jamaa’ah dat betrekking heeft met de metgezellen en het gehoorzamen van de regeringsleiders? Wat is u advies hierin?

Antwoord: Shaykh Saalih Al-Fawzaan حفظه الله

Men moet niet naar hen geluisterd worden noch zit men bij hen. Als dit hun leidraad is en hun leidraad naar de mensen toe, dan dient men tegen hen te waarschuwen en afstand van hen te nemen.

Vraagsteller:

Moge Allaah je zegenen . Wat is uw uitspraak tegenover diegene die zegt dat we niet moeten zwijgen over wat er heeft plaatsgevonden tussen de metgezellen رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمْ

en dat er verduidelijking daarover moet zijn

Antwoord: Shaykh Saalih Al-Fawzaan حفظه الله

Wat?! Een verduidelijking?! Fout geven aan de metgezellen?! We vragen het goede aan Allaah.

Allaah heeft ons daartoe niet opgedragen. Hij heeft ons opgedragen om van hen te houden en hen te prijzen en hen te verontschuldigen. Dit is jouw verplichting tegenover de metgezellen رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُمْ

DownloadDownload